Ja, dat kan. De hoogte van een terugvordering is een apart onderdeel van de beslissing en u hoeft die niet zomaar te accepteren, ook niet als u het er wel mee eens bent dat u iets moet terugbetalen. U maakt dan bezwaar tegen het bedrag, niet tegen het feit dat er wordt teruggevorderd.
Dat onderscheid is belangrijk omdat de Belastingdienst het besluit vaak in één brief giet, terwijl er eigenlijk twee vragen achter zitten: had u wel of geen recht op de toeslag, en zo nee, over welke periode en voor welk bedrag. U kunt het eens zijn met het eerste en toch vinden dat het tweede niet klopt.
Waarom dit eigenlijk twee besluiten zijn
Een terugvordering ontstaat meestal nadat de Belastingdienst uw toeslag opnieuw heeft berekend, bijvoorbeeld omdat uw inkomen achteraf hoger bleek, uw situatie veranderde of gegevens niet klopten. Die herberekening heet een herzieningsbeschikking. Daarna volgt de terugvordering: het bedrag dat u moet terugbetalen omdat u te veel toeslag ontving.
Omdat het om twee stappen gaat, kan er in beide iets misgaan. De herziening kan gebaseerd zijn op een verkeerd inkomen. Maar ook als de herziening klopt, kan de berekening van het terug te vorderen bedrag fouten bevatten, bijvoorbeeld een verkeerde periode, een dubbeltelling, of een bedrag dat al eerder was verrekend. Voor beide onderdelen geldt dezelfde bezwaartermijn van zes weken na de datum van de beslissing.
Wat u wel en niet met bezwaar kunt aanpakken
Bezwaar tegen de hoogte heeft zin als u concrete twijfel heeft over de berekening: een verkeerd maandbedrag, een periode waarover u de toeslag niet meer ontving, of inkomen dat dubbel is meegeteld. Bezwaar tegen de hoogte heeft geen zin als u het eigenlijk oneens bent met het feit dát u moet terugbetalen; dat is een ander bezwaar, met andere argumenten, bijvoorbeeld over uw werkelijke inkomen of gezinssituatie in dat jaar.
Het is dus zinvol om eerst voor uzelf helder te krijgen welk van de twee u aanvecht, of allebei. Een bezwaarschrift dat beide punten los benoemt, is voor de Belastingdienst duidelijker te beoordelen dan een brief die alleen zegt "ik ben het er niet mee eens". Met de gratis check van een paar vragen krijgt u een eerste indicatie of uw punt kans maakt, nog voordat u tijd steekt in het schrijven van een bezwaarschrift.
Hoe het bedrag wordt berekend
De Belastingdienst rekent meestal per maand terug hoeveel toeslag u had mogen ontvangen op basis van het definitieve inkomen, en trekt dat af van wat u daadwerkelijk kreeg. Het verschil is de terugvordering. Fouten ontstaan vooral wanneer er tussentijds iets veranderde: een verhuizing, een aanpassing van het aantal kinderen, een wijziging in uw toeslagpartner, of een periode waarin u de toeslag zelf al had stopgezet.
Omdat deze berekening voor een leek lastig te controleren is, helpt het om de beschikking naast uw eigen administratie te leggen: loonstroken, jaaropgaven, en eerdere beschikkingen over dezelfde toeslag. Zo ziet u snel of een bepaalde maand of periode niet klopt. In de kennisbank met uitleg per situatie staat per type toeslag toegelicht welke gegevens de Belastingdienst gebruikt en waar veelgemaakte rekenfouten zitten.
Welk bewijs uw bezwaar sterker maakt
Een bezwaar tegen de hoogte staat of valt met concrete stukken. Denk aan bankafschriften waaruit blijkt wanneer een toeslag daadwerkelijk werd uitbetaald, een schriftelijke wijziging die u eerder aan de Belastingdienst doorgaf, of een eerdere beschikking waarin een ander bedrag stond. Hoe concreter u kunt aantonen dat een bepaald bedrag of een bepaalde periode niet klopt, hoe beter de Belastingdienst uw punt kan beoordelen.
Houd er rekening mee dat de zes-wekentermijn ook geldt als u alleen over de hoogte bezwaar maakt, en niet over het recht op de toeslag zelf. Wie wacht tot alle stukken compleet zijn en daardoor de termijn mist, kan zijn bezwaar zien afwijzen zonder dat er nog naar de inhoud wordt gekeken. Een voorlopig bezwaar met een korte motivering, dat u later aanvult, is dan vaak verstandiger dan wachten.
Wat dit u kost om uit te zoeken
Het uitzoeken of uw punt over de hoogte kans maakt, is gratis. Pas als u besluit een bezwaarschrift te laten opstellen, betaalt u een vast bedrag; op de pagina met de actuele tarieven ziet u vooraf wat dat is. Twijfelt u nog over de gang van zaken rond terugvordering in het algemeen, kijk dan ook op de pagina met antwoorden op de meestgestelde vragen.
Heeft u een brief gekregen waarin een bedrag staat dat u niet kunt plaatsen? Doe de gratis quick-scan en lees de onderwerpen over toeslag-terugvordering, zodat u weet welke stappen te zetten voordat de termijn verstrijkt.