toeslagfix.nl

Huurtoeslag terugvorderen omdat u een medebewoner niet doorgaf: kan ik bezwaar maken?

De Belastingdienst kan huurtoeslag terugvorderen als een medebewoner niet was doorgegeven. Dit artikel legt uit wat dat betekent voor uw toeslag en of bezwaar maken mogelijk is.

Ja, u kunt bezwaar maken tegen een besluit waarin de Belastingdienst uw huurtoeslag terugvordert omdat u een medebewoner niet had doorgegeven. Het gaat om een formeel besluit van de Belastingdienst/Toeslagen, en tegen zo'n besluit staat altijd de mogelijkheid van bezwaar open. Of bezwaar ook kans van slagen heeft, hangt af van uw situatie: wie er precies op uw adres stond ingeschreven, sinds wanneer, en of die persoon volgens de wet meetelt als medebewoner voor de huurtoeslag.

Het korte antwoord is dus: bezwaar maken kan, maar of het zin heeft is niet in één regel te zeggen. Daarvoor is het nodig om te kijken naar de reden die de Belastingdienst noemt in het besluit en naar de feiten in uw eigen dossier.

Wat een medebewoner met uw huurtoeslag te maken heeft

Voor huurtoeslag telt niet alleen uw eigen inkomen, maar ook het inkomen en vermogen van iedereen die op uw adres staat ingeschreven en niet als kostganger of onderhuurder wordt gezien. Zo iemand heet een medebewoner. Hoeveel huurtoeslag u krijgt, hangt mede af van het totale inkomen van het huishouden. Staat er iemand op uw adres ingeschreven die u niet had doorgegeven, dan kan de Belastingdienst achteraf vaststellen dat u eigenlijk minder of geen recht had op huurtoeslag over die periode.

De Belastingdienst haalt deze gegevens vaak automatisch uit de Basisregistratie Personen (BRP), de gemeentelijke inschrijving. Dat betekent dat een terugvordering soms ontstaat door een inschrijving waar u zelf weinig invloed op had, bijvoorbeeld een kind dat tijdelijk weer bij u woonde, een inwonende student, of iemand die nog op uw adres stond ingeschreven terwijl die er feitelijk al was vertrokken.

Hoe de terugvordering tot stand komt

De Belastingdienst berekent uw huurtoeslag opnieuw vanaf het moment dat de medebewoner volgens de BRP op uw adres stond. Het verschil tussen wat u al ontving en wat u volgens de nieuwe berekening had mogen ontvangen, wordt teruggevorderd. Dat kan over een langere periode gaan, soms wel een heel jaar of meer, wat het bedrag flink kan laten oplopen.

Kan ik hiertegen bezwaar maken?

Het besluit waarin de terugvordering staat, is een beschikking van een bestuursorgaan. Tegen zo'n beschikking kunt u bezwaar maken binnen de termijn die in het besluit staat vermeld, meestal zes weken na de dagtekening. Een bezwaarschrift heeft alleen zin als er een concrete reden is om aan te nemen dat de berekening niet klopt of dat de persoon in kwestie niet als medebewoner had moeten meetellen.

Voorbeelden van redenen die in de praktijk worden aangevoerd, zijn dat de inschrijving in de BRP niet overeenkwam met de werkelijke woonsituatie, dat de betreffende persoon een kostganger of onderhuurder was met een eigen huishouden, of dat de persoon feitelijk op een ander adres woonde en de inschrijving niet was aangepast. Of zo'n argument in uw geval opgaat, is aan de Belastingdienst en uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen.

Wilt u eerst een indruk krijgen of uw situatie kansrijk lijkt, dan kunt u in een paar vragen zien hoe uw situatie ervoor staat. Dat is een eerste, gratis indicatie en geen vervanging van juridisch advies.

Wat vaak wél en niet meetelt in een bezwaar

De bewijslast dat iemand geen medebewoner was, ligt doorgaans bij degene die bezwaar maakt. Bewijs kan bijvoorbeeld bestaan uit een huurovereenkomst met een kostganger, een verklaring van de gemeente over een correctie in de BRP, of stukken waaruit blijkt dat iemand feitelijk elders woonde. Een enkele mondelinge toelichting is meestal niet voldoende; de Belastingdienst en de rechter kijken naar objectieve gegevens.

In de kennisbank van toeslagfix.nl staan meer voorbeelden van terugvorderingen en welke stukken daarbij vaak worden gevraagd, uitgesplitst per situatie.

Let op de bezwaartermijn

De termijn om bezwaar te maken staat in het besluit zelf en is doorgaans zes weken na de datum die op de brief staat, niet na de datum waarop u de brief leest of opent. Bent u te laat, dan kan de Belastingdienst het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren, tenzij er een geldige reden is voor de vertraging. Het is daarom verstandig de datum op het besluit meteen te noteren zodra u het ontvangt.

Moet ik ondertussen betalen?

Een bezwaar schort de betalingsverplichting niet automatisch op. Zolang er geen uitstel van betaling is toegekend, loopt de terugvordering door en kan de Belastingdienst incassomaatregelen nemen. Uitstel van betaling kunt u apart aanvragen bij de Belastingdienst; dat staat los van de vraag of uw bezwaar wordt toegewezen.

Meer praktische vragen over wat er tijdens een bezwaarprocedure gebeurt, en of u ondertussen kunt blijven aflossen, zijn te vinden op de pagina met antwoorden op praktische vragen over bezwaar en betalen.

Hoe toeslagfix.nl u hierbij kan helpen

Toeslagfix.nl kijkt gratis mee of uw bezwaar tegen een terugvordering kans van slagen heeft, op basis van de gegevens die u zelf aanlevert. Blijkt bezwaar kansrijk, dan stelt het systeem tegen een vast laag bedrag een bezwaarschrift op dat u zelf ondertekent en indient; u blijft daarbij zelf verantwoordelijk voor de inhoud. Benieuwd hoe die beoordeling precies tot stand komt? Dat staat toegelicht op de pagina over hoe de beoordeling van toeslagfix.nl werkt.

Heeft u een besluit ontvangen waarin huurtoeslag wordt teruggevorderd vanwege een medebewoner, dan kan het geen kwaad om eerst gratis te laten nakijken of bezwaar maken voor u zinvol is, voordat de termijn van zes weken verstrijkt.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.